In leefgroep 2 is de ruimte zo opgebouwd dat de keuken aansluit op de leefruimte met TV hoek en computerruimte. Het zijn de jongeren die mee instaan voor de dagelijkse kook en huishoudelijke taken. Er is ook een apart terras waar er buiten kan gegeten, gerookt of gezeten worden. Het tuintje is gemeenschappelijk. Elke jongere heeft haar individuele kamer met lavabo die ze naar eigen smaak kan inrichten. Er zijn op de verdieping ook douches, wc’s en een bad aanwezig.

Methodieken die ingezet worden :

  1. Groepsbegeleiding : Een belangrijke pedagogische doelstelling is de jongere trainen ter voorbereiding van een zelfstandig leven. We werken gefaseerd rond zelfstandigheid, geïnspireerd op het sociaal competentiemodel. We werken met vier fasen. In de eerste twee fasen ligt het accent op meer praktische vaardigheden; waar in de laatste twee fasen meer sociale en interpersoonlijke vaardigheden aan bod komen. Binnen de fasen is er naast de vooropgestelde vaardigheden ook ruimte voor eigen punten en individuele vormingspakketten.
    Er is geen groepsaanbod vrijetijdsbesteding aanwezig. De jongeren worden ondersteund om zelfstandig stappen te ondernemen in die richting zowel individueel, in haar netwerk, als naar de groep toe.
    Binnen het leefgroepsgebeuren willen we de jongere enerzijds een zekere huiselijke gezelligheid en anderzijds structuur aanbieden. Op die manier trachten we een herstel van het dagelijks leven mogelijk te maken. Er wordt ook aandacht geschonken aan de belangrijke momenten binnen een mensenleven en binnen culturele tradities.
  2. Individuele begeleiding : Aan elke jongere die in de leefgroep verblijft willen we maximale kansen bieden in hun weg naar zelfstandigheid. We willen jongeren vooral aanspreken op hun sterktes en competenties.
    De jongeren kunnen met hun concrete vragen en moeilijkheden terecht bij hun begeleiding. De individuele begeleid(st)er (IB) volgt de rode draad van het hulpverleningstraject. De jongere en IB omschrijven samen dit traject met de doelstellingen in een individueel handelingsplan en gaan met deze afspraken concreet aan de slag.
  3. Begeleiding van school, werk en dagbesteding : We werken intensief rond het opstarten en behouden van een dagbesteding in de vorm van schoollopen en/of werken. Wanneer we merken dat dit niet haalbaar blijkt, gaan we samen met de school en/of werk op zoek naar oplossingen waar de groeikansen het grootst zijn. Er kan tijdelijk gekeken worden voor een alternatieve dagbesteding die afgestemd is op de noden en leefwereld van de jongere.
    We willen jongeren naast het hebben van een gestructureerde dagbesteding, aanzetten om tijdens vrije momenten, actief bezig te zijn binnen hun leefwereld en interesses.
  4. Netwerkbegeleiding : We onderhouden contacten met de ruimere leefomgeving van de jongere zoals school, familie, werk, vrije tijd, vrienden. We vinden het belangrijk om binnen de begeleiding van de jongere aandacht te besteden aan mensen binnen hun netwerk die zich willen engageren en positieve ondersteuning willen bieden.
    We ondersteunen jongeren in hun concrete stappen naar hun leefomgeving.
    We werken nauw samen met professionele steunfiguren die aanwezig zijn. In situaties waar dit aangewezen is en dit het hulpverleningstraject van de jongere en haar context ten goede komt, gaan we samen op zoek naar professionele partners.
  5. Contextbegeleiding : De jongere en haar context zien we als onlosmakelijk met elkaar verbonden. We ondersteunen de jongere in het terug verbinding maken met haar context. De ouders worden zoveel als mogelijk aangesproken op hun ouderrol om concrete verantwoordelijkheden op te nemen.
    We trachten dit te realiseren door enerzijds zowel mobiel als ambulant te werken binnen de context. Anderzijds trachten we het aantal nachten in de organisatie constant af te stemmen op de hulpvraag en draagkracht van hun context.
  6. Nazorg : Jongeren kunnen vanuit leefgroep doorstromen naar autonoom wonen of er kan een ambulante begeleiding opgestart worden naar haar context.
    Op het moment elke vorm van begeleiding stopt, wordt er met de jongere en haar context afspraken gemaakt rond verder opvolging en bezoeken aan de organisatie.