De leefgroep heeft verschillende ruimtes; een keuken, een eetliving, een TV living en een computerruimte. Er is een apart terras waar er buiten kan gegeten, gerookt en gezeten worden. Het tuintje is gemeenschappelijk met de andere leefgroep. Elke jongere heeft haar individuele kamer met lavabo die ze naar eigen smaak kan inrichten. Er zijn op de verdieping ook douches, WC’s en een bad aanwezig.

Methodieken die ingezet worden :

  1. Groepsbegeleiding : We willen de jongeren een aanzet geven in het verwerven van basisvaardigheden in het kader van zelfstandigheid. Het ‘samen leven in groep’ is meer dan een middel om individueel en op maat te werken met de jongere. Er ligt in leefgroep 1 een sterke nadruk op de groepsbenadering en het creëren van een positieve groepssfeer.
    Er zijn ankerpunten geïnstalleerd zoals een dagelijks studie-uur, een activiteitenplanning, een wekelijks groepsgesprek, vakanties met de leefgroep,….
    Binnen het leefgroepsgebeuren willen we de jongere enerzijds een zekere huiselijke gezelligheid en anderzijds structuur aanbieden. Op die manier trachten we een herstel van het dagelijks leven mogelijk te maken. We schenken binnen het groepsgebeuren veel aandacht aan de belangrijke momenten binnen een mensenleven en binnen culturele tradities.
  2. Individuele begeleiding : Aan elke jongere die in de leefgroep verblijft willen we maximale kansen bieden in hun weg naar zelfstandigheid. De jongeren kunnen met hun concrete vragen en moeilijkheden terecht bij hun begeleiding. De individuele begeleid(st)er (IB) volgt de rode draad van het hulpverleningstraject. De jongere en IB omschrijven dit traject met de doelstellingen samen in een individueel handelingsplan. We willen jongeren vooral aanspreken op hun sterktes en competenties.
  3. Begeleiding van school, werk en dagbesteding : We werken intensief rond het opstarten en behouden van een dagbesteding in de vorm van schoollopen en/of werken. Wanneer we merken dat dit niet haalbaar blijkt, gaan we samen met de school en/of werk op zoek naar oplossingen waar de groeikansen het grootst zijn. Er kan dan tijdelijk gekeken worden voor een alternatieve dagbesteding die afgestemd is op de noden en leefwereld van de jongere.
    We willen jongeren aanzetten om- zowel binnen als buiten de leefgroep- tijdens vrije momenten, actief bezig te zijn binnen hun leefwereld en interesses.
  4. Netwerkbegeleiding : We onderhouden contacten met de ruimere leefomgeving van de jongere zoals school, familie, werk, vrije tijd, vrienden. We vinden het belangrijk om binnen de begeleiding van de jongere aandacht te besteden aan mensen binnen hun netwerk die zich willen engageren en positieve ondersteuning willen bieden.
    We ondersteunen jongeren in hun concrete stappen naar hun leefomgeving.
    We werken nauw samen met professionele steunfiguren die aanwezig zijn. In situaties waar dit aangewezen is en dit het hulpverleningstraject van de jongere en haar context ten goede komt, gaan we samen op zoek naar professionele partners.
  5. Contextbegeleiding : De jongere en haar context zien we als onlosmakelijk met elkaar verbonden. We ondersteunen de jongere in het terug verbinding maken met haar context. De ouders worden zoveel als mogelijk aangesproken op hun ouderrol om concrete verantwoordelijkheden op te nemen.
    We trachten dit te realiseren door enerzijds zowel mobiel als ambulant te werken binnen de context. Anderzijds trachten we het aantal nachten in de organisatie constant af te stemmen op de hulpvraag en draagkracht van hun context.
  6. Nazorg : Jongeren kunnen vanuit leefgroep 1 doorstromen naar leefgroep 2 of er kan een ambulant traject opgestart worden naar haar context.
    Op het moment dat elke vorm van begeleiding stopt, wordt er met de jongere en haar context afspraken gemaakt rond verder opvolging en bezoeken aan de organisatie.